Wie is meester Bert     Wat doet meester Bert       Hoe werkt meester Bert       Contact met meester Bert     De blog van meester Bert
De blog van meester Bert

Meester Bert schrijft hier regelmatig korte 'blogs' waarin hij zijn licht laat schijnen over de ontwikkelingen in 'onderwijsland'.

Op de Facebookpagina "Met meester Bert verder" zijn deze blogs ook te lezen.


Wat is waarheid? - 06-03-2019 door Bert Rebergen

Een oude vraag die zeker in het Westen van deze wereld heeft geleid naar een blijvende zoektocht. In navolging van veel filosofen is die vraag ook een grote rol gaan vervullen in o.a. de theologie, de gezondheidszorg én het onderwijs. Want als we een kind/leerling voor ons hebben, dan willen we weten wie het kind is, wat het kind kan, wat het lastig vindt en ga zo maar door. Die zoektocht is de afgelopen decennia veel preciezer geworden. Vroeger volstonden een paar cijfers op een rapport en was er een woordje aangekruist bij ‘netheid, gedrag en vlijt’. Geen kind wist wat het laatste betekende, maar als er ‘goed’ stond, was er geen vuiltje aan de lucht.

Die waarheidsvinding is thans van een ander kaliber. De leerling krijgt nog steeds cijfers en dankzij vele toetsen een flink aantal letters. Het rapport is een dossier geworden, inclusief tabellen en grafieken. Je ziet zo’n staatje nog hangen aan het voeteneind van een ziekenhuisbed.

Rond deze tijd woedde en woedt de CITO-koorts op menige school. In een periode waarin we vrijwel altijd met een griepgolf kampen, worden de kinderen aan de tand gevoeld op velerlei gebied.

In het begin van mijn onderwijscarrière had je alleen een CITO Spelling. In groep 8 moesten de leerlingen o.a. vijf keer een woord schrijven alla ’s morgens. Als een leerling de apostrof s bij de één verkeerd schreef, deed hij dat ook bij de andere vier fout en was een A (het hoogst haalbare) al uit beeld. Het kon onmiddellijk goed schrijven, het schrijven van ’s middags deed hem de das om. Deze fout hoorde niet bij de zogenaamde categoriefouten (typische fouten die regelmatig gemaakt worden) dus kon er officieel geen hulp geboden worden. CITO dacht alleen dat kinderen fouten maakten met dubbele klinkers en medeklinkers.
Nu worden kinderen getoetst op woordenschat, technisch lezen, begrijpend lezen, rekenen en werkwoordspelling. Na een paar ellendige dagen voor leerling en juf, rollen de cijfers uit de computer, inclusief de plannen die op het kind kunnen worden gezet.
Maar - dat is vreemd! - Wim had steeds een B voor rekenen en nu een D!
Paniek slaat toe!
Wim kan ineens niet meer rekenen.
Misschien maar overdoen?
Hier gaat de inspectie vragen over stellen!
Hoe ga ik dit aan de ouders uitleggen?
Ze hadden toch al hun vraagtekens bij de school en bijna alle buren verhuisden inmiddels naar die excellente school, een kilometer verderop.

Ineens vertoont die prachtige, voorspelbare grafiek een kink in de kabel! Dat was de bedoeling niet!
Het kind zou, volgens de regels, zich geheel anders moeten ontwikkelen!
Weg controle!
Welk stempeltje, of stickertje hebben we klaar liggen?
Zijn er pillen voor?

Of: Wacht eens! Wim leeft! Wim is! Ook dat is Wim!

Met onze bijkans doorgeslagen zoektocht naar de waarheid in onderwijs, zijn we vergeten dat er behalve de waarheid ook de weg en het leven is.

En dat kind maar roepen:
“Ik denk, dus ik besta!”
“Ik ga mijn eigen unieke weg, dus ik besta!”
“Ik leef, dus ik besta!”
“Ik twijfel, dus ik besta!”
“Ik heb mijn sterke en zwakke momenten, dus ik besta!”
“Ik geniet, dus ik besta!”
“Ik speel, dus ik besta!”
“Ik ben creatief, dus ik besta!”
“Ik ben sociaal, dus ik besta!”

“Hallo, hier ben ik! Ik besta!”

Is het dan zo erg dat we ook in het onderwijs die zoektocht kennen naar de waarheid omtrent onze leerlingen?
Nee hoor.
Die zoektocht is prima.
Maar wantrouw hen, die pretenderen de waarheid te weten.







In/uit - 23-01-2019 door Bert Rebergen

Op middelbare scholen en hogescholen zag je ze al jaren. Bij de ingang hangt zo’n bord met de woorden aanwezig/afwezig, of in/uit. Zodra een medewerker aanwezig is, schuift zij/hij het naambordje naar ‘aanwezig’ en iedereen weet dat zij/hij aanwezig is.
Het wachten is op een app op de telefoon die ervoor zorgt dat, na binnenkomst van de medewerker, dit bord – inmiddels digitaal – direct aangeeft dat de persoon in kwestie er inmiddels is. Als dat systeem al niet bestaat…



In het basisonderwijs, dat wij al wat jaartjes primair onderwijs dienen te noemen, kende men die borden niet, maar er is nu geen school meer, waar ik kom, zonder zo’n bord. Overal schuif ik er vrolijk op los, maar daar waar het bord niet bij de deur hangt waar ik naar binnen ga, vergeet ik deze handeling onmiddellijk.

Als je aan collega’s vraagt naar de zin van zo’n bord, dan schudden ze vrijwel allemaal het hoofd. Niet zelden wordt deze lichaamsbeweging onderstreept met woorden als: onzin, modegril en ‘Ik doe er niet aan mee!’

Laatst reageerde iemand op een Facebookbericht van mij met de opmerking: ‘Op onze school schijnt er ook een IB’er te zijn, maar die heb ik nog nooit gezien. Zorg dat je zichtbaar bent in school!’.
De schrijver heeft een punt. Ook al is het soms prettig voor ouders dat ze in het basisschooltraject niet te maken krijgen met de IB’er, omdat hun kind het gewoon goed doet en plezier heeft in school, is het vooral goed om positief zichtbaar te zijn in school.

Het lijkt een beetje een Nederlands dilemma, al hoor je die geluiden over de grens ook. Als de dingen maar zijn vastgelegd, dan is het okay. Maar wat heeft een kind aan een leerkracht die alleen op papier aanwezig is en het op papier een goede leraar is?

Daar ben ik niet zo voor in.







Privacy - 14-11-2018 door Bert Rebergen


Dat we behoedzamer om moeten gaan met persoonsgegevens, merken we in het onderwijs ook. In leerlingendossiers maken we steeds vaker gebruik van initialen en zodra deze gegevens de school verlaten moeten ze in een veilige omgeving, of middels een wachtwoord worden gedeeld.
Voor onze eigen kinderen kregen we ook een formulier waarop we als ouders mochten aangeven waar foto’s van onze kinderen wel/niet voor mogen worden gebruikt:
- voor de nieuwsbrief: wel/niet
- voor de website: wel/niet
Enzovoorts, enzovoorts.

Terecht wees een vriend van me zijn school erop dat dit met honderden leerlingen niet is bij te houden. De school ontkende dit in alle toonaarden. Men ziet erop toe dat de privacy van ieder kind wordt gewaarborgd. Vervolgens gaf hij op zo’n zelfde papiertje aan dat zijn zoontje niet op de website van school te zien mocht zijn. Een maand later wierp hij een blik op de website van de school en zag hij zijn zoontje hangend in het klimrek op school. Hij wees de ICT-er op dit feit en die schrok zich een hoedje.

En dat alles ter bescherming van onze kinderen, in een tijd waarin we alles van diezelfde kinderen delen in de social media, zonder dat zij erom vroegen, in een tijd dat de belastingdienst onze inkomstenopgave vrijwel in z’n geheel voor je kan invullen, de bankmedewerker met een enkele druk op de computer kan zien hoe je er financieel voorstaat en in een tijd dat je mobiele telefoon je aan het einde van de dag laat zien waar je allemaal was in de echte en virtuele wereld.
Op de een of andere manier riekt al dit dichttimmeren weer naar karaktertrekken van onze tijd: maakbaarheid en controledrang.



In deze periode werk ik met bepaalde groepen over de Berlijnse Muur. Het is niet voor niets dat Lenin al zei: ‘Vertrouwen is goed, controle beter.’ Achter die ‘Schutzwall’ waant menigeen zich veilig, maar of het er daarmee leefbaarder en aangenamer op wordt, is de vraag, ondanks het feit dat er de nodige zieke geesten zijn die met gegevens van anderen aan de haal willen gaan.

Toen ik voor een thuisvoorstelling laatst onze overgordijnen in de achterkamer had gesloten – ze hangen er normaliter voor de sier – vroeg onze zoon (W.M.J.R) of ze altijd dicht mochten. Even dacht ik dat hij zich dan misschien veiliger voelde, uit het zicht van welke pottenkijker ook, maar hij antwoordde, toen ik er naar vroeg, met: “Het is zo gezellig!”







'Jij hoort erbij!' - 03-10-2018 door Bert Rebergen


In het kader van de Kinderboekenweek, met het thema ‘Jij hoort erbij!’ filosofeerde ik met de kinderen over de vraag: “Wanneer kan iemand jouw vriend zijn?” Ik liet ze op het digibord tien foto’s zien van personen, zoals een oude opa, koningin Maxima, een boswachter, een advocaat en een dakloze. In kleine onderlinge interviews werd aan de kinderen gevraagd waarom die persoon wel of geen vriend(in) kon zijn.

Donald Trump viel niet bepaald in de smaak, voetballer Ronaldo evenmin, maar koningin Maxima en de opa lagen beter in de markt.

Eén ding viel mij bij de verschillende groepen op: Zodra de persoon in kwestie opvallende (werk)kleding droeg, vonden de nodige kinderen het lastig om zich een vriendschap met deze persoon voor te stellen. Zo’n agent let steeds op of je iets verkeerds doet, die boswachter wil dat je alleen maar over planten en dieren praat, clown Bassie is en blijft een lolbroek, met hem ga je toch niet in het centrum lopen?

Op de een of andere manier konden de kinderen de persoon moeilijk los zien van hun functie. Daarbij gaven ze ook aan dat zo iemand toch altijd druk is en geen tijd voor hen zal vrijmaken in de agenda.



Bij de dakloze zag je duidelijk twee kampen. De leerlingen die problemen verwachten met zo iemand en de leerlingen die een zwerver uit medelijden niet uit willen sluiten.
M.u.v. de dakloze zie je dat kinderen vooral iets van de ander verwachten en minder nadenken over de vraag: ‘Wat zou ik voor die ander kunnen betekenen?’
Jij hoort erbij! Mooi, maar wie gaat er met de winst vandoor? Ik hoop allebei!







A.P. van Balen - 04-07-2018 door Bert Rebergen


Nog niet zo lang geleden schreef ik over de overleden schooldirecteur Aart Schouten uit Veenendaal. Onlangs overleed mijn eigen ‘bovenmeester’ die, zoals mijn broer snedig opmerkte, nu boven meester mag zijn:
A.P. van Balen.
Die naam stond altijd onder de brieven die we als kinderen mee naar huis kregen. Op de plek van de punt tussen de A en de P plachten wij als leerlingen een tweede A te plaatsen. We zorgden er wel voor dat die brief dan snel in een schooltas verdween, want hij mocht het niet zien.
Van Balen was van de oude stempel en veel oud-leerlingen zullen hem niet als een aardige man herinneren. Hebben ze gelijk?
Goed, je was bang voor hem en dat begon bij mij op de eerste schooldag.
Ik had met mijn vingers aan van die typische drink-kraantjes gezeten op de toiletten. Met een druk op de knop kwam er een fonteintje omhoog en dan kon je water drinken. Die dingen waren soms iets te enthousiast afgesteld zodat de waterstraal het plafond bereikte. Dat wilde ik uitproberen en werd verlinkt. Op mijn eerste schooldag mocht ik mij melden bij de bovenmeester en dat voor een nogal brave borst en antiheld.
Met knikkende knieën liep ik naar zijn kamertje, zag hem zitten, dacht een moment na en snelde naar buiten. Natuurlijk zou ik even later uit het lokaal geplukt worden, maar Van Balen kwam niet. Kwam nooit. Pas na een volle week was ik ervan overtuigd dat de kans op arrestatie verdwenen was.

Een voorbeeld leerling bleef ik. Daarom mocht ik later klusjes voor hem doen. Zo werd ik onder schooltijd erop uit gestuurd om de conciërge thuis te gaan halen: “Zeg maar tegen hem dat de vertegenwoordiger van de stofzuigers er is.” Op de fiets – nu is dat strafbaar – begaf ik mij naar Van Kooten, die ook al niet tot de vrolijkste mensen dezer aarde gerekend kon worden. Vermoedelijk ging de man met frisse tegenzin en op zijn vrije dag met mij mee terug naar school. Van Balen gaf ook les. Hij verzorgde de lessen Engels en gaf dictee. Hij maakte dan veel grapjes, maar we bleven op onze hoede. Hadden we (of enkele leerlingen uit de klas) het dictee niet netjes genoeg geschreven, dan mochten we dit een week later overschrijven. Schrijver dezes schreef altijd keurig, maar je zei niks. Tijdens zo’n dictee sprak hij vraagzinnen op een zeer overdreven vragende toon uit, zodat je het vraagteken niet vergat. Er werd dan gegniffeld in de klas en toch waren er die dit leesteken alsnog vergaten.

Was ik jarig dan kreeg Van Balen tijdens de rondgang met traktaties door school van mijn ouders een biefstuk. “Kijk! Ik krijg van iedereen sigaren, maar ik rook niet! Jouw ouders snappen het helemaal!” Dat leverde uiteraard punten op voor de familie Rebergen!
Toen ik in de zesde klas betrokken was bij een opstootje moest ik bij hem verschijnen. Toch nog! Hij haalde me nu inderdaad uit de klas. Opnieuw knikkende knieën, al was je toen al twaalf. “Haal je hand eerst eens uit je broekzak! Jouw naam wordt ook genoemd, maar dat klopt toch niet, hè? “
“Nee, meester.”
Zonder de toevoeging ‘meester’ was je sowieso de Sjaak, maar beleefdheid was mij gelukkig niet vreemd.
“Dat dacht ik al.” Hij glimlachte, alsof hij opgelucht was. Hij gaf een schouderklopje en ik mocht terug naar de klas. Daar daverde ik nog even na.
Natuurlijk had ik er ook bij gestaan, maar die biefstuk sleepte me er doorheen. Toen ik op een dag ziek werd op school, zette hij me in zijn auto en reed me naar huis. Het voelde alsof een koning zijn knecht naar huis bracht.
Toch was vrijwel iedereen bang voor de man. Je zag hem aan het einde van de pauze ijsberend achter de ramen van school naar buiten kijken. Als iemand niet op z’n eigen tegel stond, tikte hij fel tegen de ramen en wenkte naar de leerling die naar binnen mocht. Die stond de volgende dag weer keurig op zijn eigen plekje in de rij.

Ook zijn vrouw werkte op school. Ze viel in bij ziekte en las in de vijfde klas nog voor uit ‘Jip en Janneke’. Vanwege de grote hoeveelheid lak in haar kapsel werd ze veel geplaagd door hommels en wespen op het plein. Haar zangstem klonk verschrikkelijk. Nu nog hoor ik haar ‘Groot en eeuwig Opperwezen.’ zingen. Bij het daarop volgende ‘zeer te vrezen’ moest ik altijd aan haar man denken.

Saampjes reden ze naar huis. Twee grijze hoofdjes kwamen dan boven de hoofdsteunen uit, alsof je opa en oma uitzwaaide.

Nu hij nog maar net dit ondermaanse heeft verlaten, lijkt het niet al te netjes van mijn kant om deze (soms) minder fraaie herinneringen aan een onderwijsman op papier te zetten. Dit schrijven heeft echter niet ten doel de man een trap na te geven:

Uiteindelijk kwam ik op ‘zijn’ school te werken. Er waren nog collega’s werkzaam uit die tijd en die vertelden meer over hem. Uit al die verhalen komt één woord steeds bovendrijven: controle. De man hield graag controle over de dingen, gevoed door de angst dat dingen mis konden gaan. Ook en vooral met de kinderen.

Meneer Van Balen hield alle touwtjes stevig in handen. Wilde een collega schriften voor zijn leerlingen dan liep hij met de leerkracht naar het magazijn. Opende dit met zijn sleutel en vroeg om hoeveel schriften het ging. Aangezien hij geen flauw idee had hoeveel schriften er voor een nieuw schooljaar besteld moesten worden, puilde het magazijn uit. Een enkel schriftje mocht eruit, ladingen gingen erin. Vijftien jaar na zijn pensioen lagen ‘zijn’ schriften – met tekeningen van Rien Poortvliet – er nog.
Hij hield niet van schoolreizen en liet geen schoolkamp toe. Bang vanwege de mogelijkheid dat er iets mis zou kunnen gaan.


Foto: Bert Rebergen, schoolreis Amsterdam juni 1981


Op zijn kamer had hij een geluidsinstallatie met microfoon. In de klassen hingen speakers. Middels dit systeem verstrekte hij het laatste nieuws: “Het regent, we blijven binnen in de pauze!” Ook zette hij op Prinsjesdag de microfoon voor de radio op zijn kantoor en hoorden wij de troonrede live in onze klas. We moesten dan stil, met de armen over elkaar, luisteren naar de onbegrijpelijke teksten van Juliana.

Eindelijk, tijdens een reünie van onze school, kreeg ik de kans om hem eens te spreken, van man tot man. Hij vertelde spontaan over zijn jeugd en hoe ze hem bezig hielden op school, omdat hij alles al lang wist. Na zijn eigen zesde klas bleef hij op de basisschool en maakte de hele dag moeilijke sommen. Zonder middelbare school kon hij naar de Kweekschool en werd, als ik mij goed herinner, op zijn 17e al onderwijzer. Vermoedelijk een hoogbegaafde jongen voor wie nog geen passend onderwijs voorhanden was.
Ineens kwam die man – ooit door een oud-leerling met ‘Angstgegner’ aangeduid – heel dichtbij. Hij lachte hartelijk om mijn biefstuk, maar ik zei toch maar niet dat ik ook bij die ruzie betrokken was geweest. Want, die strenge blik hield hij tot het laatst.

We stonden heel alleen in een lokaal. Met zijn oude handen pakte hij een tafeltje van een leerling en schudde er aan alsof hij bij Eromes nieuw meubilair moest uitzoeken :
“Bert, het is niet meer zoals vroeger.”

Het is de laatste zin die ik van hem hoorde. Soms zag ik hem nog lopen, met zijn rollator, met die norse, maar toch ook trotse blik.

Gek, ergens heb en houd je een zwak voor zo’n onderwijsmens. Een collega zei me ooit: “Hij was de leraar van de draai om de oren, wij van de aai over de bol.” En toch geloof ik dat ook hij het deed met een hart voor kinderen, maar op een wijze die simpelweg uit de tijd was en door angst gevoed. Nee, het is niet meer zoals vroeger.
Gelukkig maar.
En toch…bedankt meester Van Balen!
Met zijn grote kennis van het Hebreeuws kan hij boven als meester nog een hoop moois betekenen.








Trots - 06-06-2018 door Bert Rebergen


Trots zijn op eigen kunnen/prestaties werd er bij ons thuis niet met de paplepel ingegoten. Prat gaan op eigen resultaten neigde al snel naar hoogmoed, naar een gebrek aan bescheidenheid en misschien naar de eerste tekenen van narcisme.
Nu is men in het onderwijs niet zo complimenteus. Dat scheelt….Men is vooral loyaal, moppert op de ander achter gesloten deuren, maar het uitdelen van pluimen door directeuren en collega’s is bijna verdacht.



Vroeger had ik een collega – hij was IB-er – die bij een weeksluiting met het team ons opdroeg om voor onszelf te applaudisseren: “Jullie hebben het verdiend! Ik zie wat voor een werk jullie iedere week verzetten.” Hierbij werd hij door de directeur wat zuurtjes aangestaard, want die besefte op zo’n moment dat hij dat ook had kunnen roepen. Natuurlijk zijn er schouderklopjes. Dit weekend nog een leerling uit mijn eerste groep: “Kent u me nog? U was de beste meester die ik ooit had!”
Weet je? Ik kan daar slecht mee overweg. Ga dan grapjes maken en loop het liefst snel door. Het is alsof je stiekem iets doet en je geweten fluistert je in: “Gevaarlijk terrein, Bert! Doorlopen!” Intussen overladen we kinderen met pluimen, soms op het overdrevene af, want zij moeten juist soms leren dat ze fout zitten, of ernaast.

Alfred – zo noem ik hem ook maar even – had die correcties ook nodig. Zeer aanwezig in de groep. Vervelende opmerkingen naar anderen en naar mij. Ongemotiveerd. Clownesk gedrag. Kortom, vermoeiend. Ouders op grote afstand, amper betrokken. Misschien maar uit de Plusklas met zo’n jongen. Tegen een IB-er zei ik: “Dat gaat me niet gebeuren! Ik geef niet op!”
Een paar maanden later een totaal andere Alfred. Gemotiveerd. Zijn kwaliteiten komen nu pas echt uit de verf. Komt fluitend de klas in en vertrekt op dezelfde wijze. Ineens een e-mail van ouders: “Meester Bert, hij was zo trots op zijn resultaten. Mooi! Dankjewel!”

Trots.
Okay…samen met Alfred dan…







First things first - 18-04-2018 door Bert Rebergen


Het blijft ontluisterend om iedere keer weer te vernemen dat ons onderwijs er niet beter op is geworden. Het lijkt wel alsof leerkrachten bij de NS werken. Ondanks alle inzet rijden veel treinen niet op tijd en neemt de ontevredenheid toe onder de cliënten.

Zo gek is die vergelijking niet.

In het onderwijs zijn de afgelopen jaren veel zijsporen aangelegd. Er moest toenemende aandacht komen voor sociaal-emotionele vaardigheden, voor techniek, voor Engels, voor lichaamsbeweging, voor cultuur, voor computergebruik, omgaan met de media, voor geestelijke stromingen, medisch ethische kwesties en gezondheid.

En dan verwacht Den Haag ook nog dat sommige passagiers van auto, bus en taxi ook met de trein mee moeten kunnen.



In de aanhoudende discussie rond de kwaliteit van ons onderwijs hoor ik te weinig: First things first. Laat de juf en meester doen waar ze goed in zijn, waar ze voor opgeleid zijn en geef ze daarvoor de ruimte. Ik durf te wedden dat we dan niet zo veel meer horen over salaris en werkdruk.







Aart Schouten - 14-03-2018 door Bert Rebergen


Nu al een nieuwe blog op mijn website? Ja, een krantenbericht deed me besluiten wat sneller dan normaal een blog op papier te zetten.
Op 1 maart jl. overleed mijn allereerste directeur. Nee, ik stond nog niet voor een eigen groep, maar was een kersverse student van PA(BO) Felua te Ede.
Mijn eerste stageschool was – nu ruim dertig jaar geleden - de Beatrixschool in Veenendaal en daar was hij directeur: meester Aart Schouten. De eerste directeur die onder dat bestuur bij de voornaam mocht worden genoemd door het personeel.
Van hem ging het verhaal dat hij onder schooltijd naar de kapper ging, want – zo zei hij – het haar groeide ook onder schooltijd…

Hij gaf destijds alleen nog les op donderdagmiddag in ‘mijn’ groep. Mijn mentor had voor hem een wensenlijstje klaarliggen, maar die mentor wist zelf al lang dat er van dat programma niets terecht kwam. Meester Schouten liet veel zingen en vulde de middag verder in zoals hij beliefde. Bij het zingen van één lied veranderde hij iedere week de melodie van één regel en gaf de kinderen de opdracht dit de gehele week vol te houden. Mijn mentor probeerde die melodie weer om te buigen vanaf vrijdag, maar die pogingen waren vruchteloos. Ondanks de overtuiging van Aart Schouten dat hij gelijk had, wist ik als organist dat hij ernaast zat, maar hield wijselijk mijn mond…

Een man met eigen visie, een eigen aanpak en een flinke dosis humor.
Ik liep stage met twee andere studenten die geen klap uitvoerden. Ze maakten uiteindelijk hun PABO-studie niet af. Echter, ik moest veel opdrachten met hen samen doen en dat liep iedere keer in de soep door hun belabberde bijdrage: “O ja, dat ben ik vergeten…”
Daarom begon ik nogal te vrezen voor mijn beoordeling door de stageschool en – inderdaad – op een dag moest ik bij Schouten komen.
Met knikkende knieën betrad ik zijn kantoor. Nu zou ik er van langs krijgen:

“Ga zitten Bert. Ik houd het kort. Die andere twee studenten maken er een potje van, maar wij zien dat jij je prima inzet. Wees dus niet bang dat we je een onvoldoende geven dankzij hun wanprestaties. Dan weet je dat. Nog vragen?

Binnen drie minuten stond ik weer aan de andere kant van de deur. Dertig jaar geleden, maar je vergeet zoiets nooit meer.
Er zal vast ook wat op die man aan te merken zijn geweest, maar soms vraag je je af of er nog veel schooldirecteuren rondlopen die zoiets doen. Dan maar een keer naar de kapper onder schooltijd.

Aart Schouten ging als vijftiger al vroeg met pensioen. Dat kon toen nog. Hij werd 84 jaar. Bijzondere man.









Een gesprek... - 06-03-2018 door Bert Rebergen


Zoiets kun je als onderwijzer zomaar tijdens een vergadering meemaken, waarbij ik met opzet even andere termen *) gebruik dan ik ze in werkelijkheid hoorde en de sprekers uiteraard anoniem houd, behalve mijzelf dan…

A: Waarop moeten we de kinderen nu beoordelen?
B: (enthousiast) Ik heb met de stuurgroep een vragenlijst opgesteld! Wacht ik pak ‘m er even bij. (ze pakt de papieren uit een overvolle tas)
C: (kijkt bekommerd) Op dit moment volg ik een cursus over beoordelingsformulieren en wij hebben met de studenten zelf een vragenlijst opgesteld. Wacht, ik print ‘m wel even uit. (ze legt de kopieën voor ons neer en B kijkt bezorgd)
B: Welke filosofie zit hier achter?
C: Ja, die is al wel wat jaartjes oud, maar is gebaseerd op ‘passend leren’*)
B: Ja, want kijk…
C: (gehaast interrumperend) We hebben deze helemaal up to date gemaakt.
B: Ja, want die is toch wel verouderd.
Bert: Grappig, ik werkte vorig jaar op een school waar ze dit systeem net gingen toepassen en mij werd verteld dat dit geweldig zou zijn.
B: Ja, het was ook wel goed, maar we gaan nu toch echt over op ‘Toekomstig leren’*)
Bert: En waarom?
B: Dit gaat helemaal uit van de visie van ‘Johnson’ *)
C: Ik vind de vraagstelling bij die van jou niet goed. Op de academie wordt nu juist gezegd dat je zulke vragen (ze wijst op het papier van B) niet moet stellen en die schaal die is toegepast is evenmin juist.
Bert: En weet je wat ook grappig is?
A: Nou?
Bert: Over tien jaar zijn ze allebei hopeloos verouderd – denken we – en heeft iemand precies hetzelfde bedacht, maar noemt het weer anders. (A glimlacht over het hele gezicht en B en C kijken beteuterd)
B: Wat zou jij dan voorstellen, Bert?
Bert: Ik kijk – voor zover dat met een grotere groep kinderen kan – naar het kind zelf en vraag me af wat dat kind nodig heeft. Het liefst bespreek ik dat met het kind zelf en maak naar aanleiding daarvan een plan de campagne.


Het blijft even stil in het kantoortje. A knikt glimlachend naar me.









Excellent - 24-01-2018 door Bert Rebergen


Een lieve collega wees me laatst op een functie die bij mij zou passen. Nieuwsgierig las ik de advertentietekst, maar haakte snel af. De reden? Er werd een excellente leerkracht gevraagd. Met mijn lichaamslengte voldoe ik absoluut aan het Latijnse ‘excellere’ - ik steek her en der bovenuit - maar wanneer het om mijn competenties gaat, ben ik voorzichtiger met dergelijke lofprijzingen aan het eigen adres. Het zou uit valse bescheidenheid kunnen zijn, maar het voortdurende gejuich over de eigen vermogens stuit mij tegen de borst.

Deze week kwamen er, volgens Den Haag, weer een paar excellente scholen bij. In de media de bekende plaatjes: Een glunderende minister, bijkans weggeduwd door de directie, die graag duidelijk op de foto wil. Op de foto met het bordje waarop iedereen kan lezen dat het een excellente school is. Geen leerkracht staat erbij, want die zijn door de directrice, zonder onderwijservaring, zo op het rooster gelegd, dat zij thuis uitgeput op de bank zijn geploft.

En dan als Meester Bert te mogen zeggen daar niet te hoeven werken, veroorzaakt bij mij de grootste extase van geluk. Zoals ik glimlachend Michelin-restaurants links laat liggen en ‘Oscar-films’ laat voor wat ze zijn, zo fietst meester Bert graag langs die uitmuntende scholen met superbe leraren. Ik ken ze, die scholen. Leraren komen en gaan vooral. En na een paar jaar lopen ouders teleurgesteld weg, omdat hen gouden bergen zijn beloofd.

Geef mij maar een school zonder die Sovjet-bordjes naast de deur. Geef mij maar een gewone school met mensen die een hart hebben voor kinderen en vooral boven de rest uitsteken omdat ze oog hebben voor het kind en diens behoeften. Scholen die blijven doen waar ze goed in zijn en niet op kransjes uit Den Haag zitten te wachten. Scholen waar kinderen en personeel zichzelf mogen zijn en blijven. En let op mijn woorden: Die juffen, meesters en gezinnen houden het er het langste vol!







Onder tafel. - 06-11-2017 door Bert Rebergen


In de NRC vroeg men zich vorige week af of er in 2032 nog vrouwen en mannen zijn die voor de klas staan, of willen staan, 2032.

Mocht het je niks zeggen…dat jaar hadden oud-minister Bussemaker en haar toenmalige staatssecretaris Dekker op het oog, als het om de toekomst van ons onderwijs gaat. Een paar jaar geleden was Sander Dekker erg benieuwd welke ideeën de Nederlander had voor het onderwijs op weg naar dat jaar. Het jaar dat ik 42 jaar werkzaam zou kunnen zijn in dit bijzondere vak en ik mijn pensioengerechtigde leeftijd (wat!) dichterbij zie komen.

Die oproep nam meester Bert destijds serieus. Hij kroop in de pen en schreef in een paar dagen een epistel van 24 pagina’s. Geen klaagzang, maar wel een positieve en reële oproep om bepaalde aspecten van ons vak meer of opnieuw aandacht te geven. Ik stuurde het naar vrijwel alle onderwijswoordvoerders in de Tweede Kamer en uiteraard naar Dekker zelf.



Behalve een automatisch antwoord – ‘U kunt op deze e-mail niet reageren…’- kreeg ik nimmer één reactie. Behalve van de SGP, die me liet weten dat mijn oud-geschiedenisleraar Roelof Bisschop inmiddels verantwoordelijk was geworden voor onderwijs. Hem stuurde ik opnieuw een meer persoonlijk bericht en zijn antwoord was weinig hoopgevend: “Dergelijke inzendingen verdwijnen onder tafel, Bert. Het is slechts voor de bühne.”

Later had ik er – op eigen initiatief – nog contact over met de toenmalige onderwijsvrouw van de SP: “Dat stuk van je wil ik graag hebben!” Het werd opgestuurd en het bleef stil. Inmiddels – we zijn drie jaar verder- zie ik regelmatig items uit mijn relaas terugkeren in de media. Zie ik problemen ontstaan waar ik destijds op wees.
Dekker zweeg. Glimlachend nam hij vorige week zijn functie als minister aan. Gelukkig niet op onderwijs…

Als Den Haag in 2032 nog wat enthousiaste mensen in het onderwijs wil behouden, zou het niet verkeerd zijn als men eens écht naar die mensen op de werkvloer ging luisteren. En onderwijs gevend Nederland zou eens wat gemakkelijker de stapels papieren uit Den Haag onder tafel moeten durven schuiven…







Staakt uw wild geraas. - 25-09-2017 door Bert Rebergen


Gaat meester Bert 5 oktober staken?
Nee.

Waarom niet?
- Je ontneemt kinderen de mogelijkheid op onderwijs
- Hij had van het onderwijs creatiever ideeën verwacht
- Het effect van staken is zelden groot geweest
- De veroorzakers van alle onderwijsellende uit Den Haag zijn al druk aan het solliciteren
- Een nieuw kabinet is in aantocht: wacht hun plannen af



Wat dan wel?
- Staak de regeldrift
- Staak de helft van het aantal vergaderingen
- Staak verkapte vergaderingen in pauzes en rond schooltijden
- Staak het binnen je schoolteam elkaar gek maken, door steeds meer tijd te steken in school. Steek energie in efficiëntie!
- Staak de CAO dagen en verplichte terugkomdagen in vakanties
- Staak de meeste buitenschoolse activiteiten die gedelegeerd zijn aan het onderwijs
- Staak de zinloze administratie
- Staak de vele niet onderwijsgevende functies binnen je school
- Staak de meeste managementfunties en beperk je tot twee, maximaal drie directieleden
- Staak het kritiekloos accepteren van de verplichtingen die Den Haag en de inspectie je opdragen

Kortom: Terecht boos?
Ja!
Maar durf vooral zelf te gaan waarvoor je als school staat, met als simpele missie: First things first!

En Den Haag?
Erken, beloon en schat de leraar op waarde. Prijs de grote inzet, staak uw gemekker en verbeter vooral het armoedige onderwijs op en aannamebeleid van de meeste PABO’s.
En bovenal:
Houd contact met de werkvloer. Niet uitsluitend met die directies die enige kennis van het vak en gezonde realiteitszin reeds lang kwijt zijn én de zogenaamde innovatieve hardlopers die meer kapot maken dan ons lief is. Luister vooral naar de nuchtere juf en meester die niets liever willen dan dat kinderen fatsoenlijk onderwijs krijgen dat bij hen past en dat ze nodig hebben!







De strijd staken. - 26-06-2017 door Bert Rebergen


Nog nooit eerder overkwam het mij in ruim 25 jaar onderwijs, maar op een van de scholen waar ik werk, legt men op 27 juni uit protest het werk neer. Precies op de ochtend dat ik daar ben. De kinderen komen een uur later. Kan ook weer op het CV…


Heeft het zin? Dat durf ik te betwijfelen. We hebben een demissionair kabinet en de club die daarop volgt smijt nu al met het geld dat er dan weer wel en dan weer niet is. Of dat uurtje minder daaraan veel verandert?

Er is een hoop onvrede en dat is niet onterecht. De twee op Onderwijs in Den Haag zullen niet dankbaar geportretteerd gaan worden in de gangen van onze scholen. Daarover schreef ik eerder. Maar waar strijden we tegen? Uitsluitend tegen de fratsen van de regering? Díe strijd zou je – denk ik – vooral moeten staken.

Er zit een diepere problematiek onder die van het beleid van het ministerie: We moeten als man én vrouw bijna continue aan de bak voor een koop- of huurhuis. Tijd en energie voor een beetje fatsoenlijke opvoeding is er niet, of nauwelijks. Op het schoolplein van mijn kinderen staan bijna net zoveel grootouders als ouders te wachten. Grootouders worden zelfs naar de oudergesprekken op school gestuurd…

En intussen verlangen we van die ander, aan wie we het opvoeden min of meer gedelegeerd hebben, dat er pedagogiek en opvang op maat wordt geboden, waarbij enige realiteitszin soms ver te zoeken is.

Die strijd – elkaar de Zwarte Piet toespelen – mag van mij direct worden gestaakt. Zelfs de roep om meer salaris zet amper zoden aan de dijk. Salaris is wel erkenning, maar het onderwijs verlangt een andere waardering.

Als we het dan toch over geld hebben: Het mag juist een onsje minder en dat in de gehele maatschappij. Pas als de economie wat gas durft terug te nemen en de maatschappij van haar ‘Ik en mijn kind(eren) hebben recht op alles!’ - syndroom afraakt, keert gezonder onderwijs terug, waar iedereen in het onderwijs ten diepste naar verlangt.

Voorwaarts!







Dekker - 22-05-2017 door Bert Rebergen


Je hoort vaak dat er in het onderwijs regelmatig wordt gemopperd. Na meer dan 25 jaar in dit vak actief te mogen zijn, vind ik dat wel meevallen. Zeker, er wordt wel eens geklaagd, maar dat hoor ik in andere branches eveneens.

Is er reden tot klagen? Gaat het niet wat ver om het vertrouwen in staatssecretaris Dekker op te zeggen? Heeft hij zich inderdaad laatdunkend uitgelaten over de man en vrouw voor de klas? Ik vrees dat ik die vraag bevestigend moet beantwoorden. Los van de vraag of Dekker zich oprecht heeft ingezet om ons onderwijs op een hoger plan te brengen, getuigde zijn benadering van de leraren van weinig respect. Dit werd mij ooit pijnlijk duidelijk bij het bekijken van het Vragenuurtje in de Tweede Kamer. Tjitske Siderius van de SP probeerde Dekker duidelijk te maken hoe lastig het Passend Onderwijs is toe te passen in de praktijk en Dekker zette vervolgens de man en vrouw voor de klas flink te kakken: “Ze hebben koudwatervrees. Ze willen niet veranderen.”

Zo laatdunkend heb ik zelden een bewindspersoon horen praten over de mensen waarvoor hij zou moeten opkomen.

Dekker is staatssecretaris geweest in financieel lastige tijden. Zijn opvolger mag straks vermoedelijk met miljoenen gaan smijten, maar een mens verlangt in zijn leven niet alleen brood. Ook erkenning. Op de bressen voor de juf en meester stond Dekker alleen dan, als ze precies die onzalige ideeën uitvoerden die hij, zijn minister en de ambtenaren daar omheen hadden verzonnen. Dan zagen we hem glunderend bij het Journaal op een school die inmiddels heeft ontdekt dat al die fijne plannetjes niets hebben opgeleverd.

Reden tot mopperen? Ja! Maar onderwijzers zouden geen onderwijzer zijn als ze ondanks meneer Dekker blijven doen waar ze goed in zijn: Liefhebbende pedagogen zijn. Daar kan Dekker nog een hoop van leren.

Benieuwd wat ik op dit vlak of andere vlakken voor uw kind kan betekenen? Neem dan contact op met Meester Bert.







Engels op de basisschool - 06-03-2017 door Bert Rebergen


Deze week start ik de begeleiding van een leerling uit het middelbaar onderwijs die nog wat moeite heeft met Engels. Tijdens de intake werd duidelijk dat hij in groep 8 amper Engels had gehad: “Ik geloof dat we één toets hadden…”. Je schrikt daar wel even van.

Er zijn ook scholen die al bij de kleuters met Engels beginnen. Er zijn genoeg ouders die bij de school van hun kind(eren) aan de bel trekken als Engels pas later op het rooster staat. Over de zin en onzin van Engels op de basisschool is al het nodige geroepen. De een zweert erbij, terwijl ik ook docenten Engels uit het Voortgezet Onderwijs ken die helemaal niet vrolijk worden van het ‘Engels’ bij jonge(re) kinderen.


De vraag blijft: In hoeverre zijn de juf en meester voor de klas toegerust als het gaat om het doceren van deze wereldtaal. De vragen ‘of?’ en ‘wanneer?’ staan veel in de belangstelling, maar misschien is het wel zo verstandig om eerst op de hoe-vraag een helder(der) antwoord te formuleren.

Benieuwd wat ik op dit vlak of andere vlakken voor uw kind kan betekenen? Neem dan contact op met Meester Bert.







Schaduwonderwijs - 16-01-2017 door Bert Rebergen


Het CNV liet vorige week weten dat er een toenemende vraag is naar ‘schaduwonderwijs’ en men is benieuwd naar de ervaringen van ouders, kinderen en docenten. Uiteraard heeft meester Bert ook zijn zegje gedaan. Overigens is ‘schaduwonderwijs’ het onderwijs dat dus ‘in de schaduw’ van het reguliere onderwijs wordt gegeven, zoals ik dat ook mag doen.

Ik heb in mijn reactie een paar dingen genoemd:

- Scholen zijn zelden enthousiast over dit schaduwonderwijs. Dat is zeer begrijpelijk, want dit onderwijs onderstreept nog eens de ‘motie van wantrouwen’ die Den Haag dikwijls op het bordje van onderwijs gevend Nederland legt: “Jullie kunnen het niet! Jullie doen het niet goed (genoeg)!” en andere ‘stimulerende’ feedback…
- Toch is er een groeiende vraag naar extra begeleiding voor kinderen om tal van redenen. Ouders lopen echter dikwijls tegen een muur aan, omdat deze extra steun lastig te vinden is, of door de ouders zelf moet worden betaald. Toen ik laatst op een ouderavond de ouders kon vertellen dat de school samen met meester Bert wat aan die extra zorg gaat doen, werd soms emotioneel gereageerd: Daar hadden ze nou zo lang voor geknokt!

Kom op, Nederland! Dít kan vooral beter! Laten het onderwijs én het ‘schaduwonderwijs’ nu eens samen met de overheid gaan kijken op welke wijze we écht en op een betere manier passend onderwijs kunnen geven.


Een te weinig ontgonnen gebied waar ook meester Bert graag de ploeg ter hand zou willen nemen! Kinderen verdienen een kans! Niet een kans op schaduw, maar op licht!

Benieuwd wat ik daarin voor uw kind kan betekenen? Neem dan contact op met Meester Bert.







Het lerarenregister - 14-11-2016 door Bert Rebergen

Master of meester?

Afgelopen weekend werd nog eens duidelijk hoeveel moeite leraren hebben met het in Den Haag voorgestelde Lerarenregister. Duizenden protesteren tegen deze nieuwe ‘trouvaille’ van het ministerie. Het portfolio van iedere man en vrouw voor de klas wordt een open (online) boek waarin anderen naar hartenlust kunnen bladeren en kunnen zien welke staat van dienst een leerkracht heeft.

Den Haag wil dat de leraar bij blijft en niet tot de pensioengerechtigde leeftijd achterover leunt en met twee vingers in de neus zijn dingetje doet. Dat laatste is onwenselijk, maar de gedachte dat een leraar met een waslijst aan aantoonbare nascholingen en behaalde certificaten dé juf of meester is waar je kind op zit te wachten, rust op een groot misverstand. De kwaliteit van de leraar heeft niet alleen met behaalde papieren te maken. Een misvatting die door PABO’s van harte werd overgenomen. Deze gaan prat op hun contacten met universiteiten (over de grens) en de zogenaamde masters die bij hen afstuderen. Dat een master automatisch een goede meester is, wordt als vanzelfsprekend aangenomen, maar meester Bert heeft daar grote twijfels over.

Enige jaren geleden werd door PABO’s ingesteld dat iemand met een Vwo-diploma op zak wel een jaartje minder PABO kon doen, hetgeen met dezelfde argumenten werd bekrachtigd. Jaloers kijkt men naar landen als Finland waar een leraar op de basisschool minstens doctorandus moet zijn. Kan die kennis van grote waarde zijn? Jazeker! Dát ontken ik niet, zeker als je de afnemende algemene kennis bij onderwijzers aantreft, maar de daaruit voortvloeiende vanzelfsprekendheid als zou een knappe kop ook een goede docent zijn…die ballon gaat niet op!


Als ouder had ik laatst een gesprek met de ervaren juf van onze oudste. Ze kent hem nog geen half jaar en kon uitstekend uit de doeken doen welk beeld ze bij ons kind heeft. Kijk, daar wordt meester Bert blij van! De leraar die het kind (h)erkent en daarnaar handelt! Ik hoef haar register niet te zien. Al haar behaalde diploma’s kunnen me als het ware gestolen worden. Ze heeft hart en oog voor onze zoon. Wat verlang je als ouder nog meer?

Benieuwd wat ik op dat vlak voor uw kind kan betekenen? Neem dan contact op met Meester Bert.







Netwerken - 11-10-2016 door Bert Rebergen

In ons onderwijssysteem, zowel in het basisonderwijs als in het voortgezet onderwijs, wordt leerstof vaak afgebakend: De leerling krijgt duidelijk op wat het wél en wat het niet moet leren. Enerzijds is dat prettig. De leerling weet waar hij/zij aan toe is: Dit moet ik weten, dat kan me worden gevraagd.

Voor (meer/hoog) begaafde kinderen ligt dat anders. Die hebben dikwijls een brede algemene kennis en vinden het niet altijd prettig dat ze zich op dat ene onderwerp moeten focussen, zeker als dat onderwerp hen weinig interesseert. Voor die leerlingen is het handig om te gaan netwerken: put uit al die kennisbronnen die je hebt de informatie die je voor dit ene onderwerp kunt gebruiken.


Als meester Bert probeer ik de leerlingen te leren om die verschillende bronnen met elkaar te verbinden en zo dankbaar gebruik te maken van de kennis die er al is. Door een minder interessant onderwerp te koppelen aan kennis over interessanter zaken, neemt de motivatie van de begaafde leerling toe en lukt het toch om energie te steken in een onderwerp dat minder boeiend lijkt.

Zo helpt meester Bert verder…

Benieuwd? Neem dan contact op met Meester Bert.







Zitten Blijven. - 19-09-2016 door Bert Rebergen

Vorige week werd vanuit Den Haag geroepen dat kleuters in ons land te vaak blijven zitten.

Dit is al langer een item dat ook door de inspectie op scholen wordt waargenomen. Nooit vergeet ik het bezoek van de inspectie aan onze school. Met een ernstig gezicht deelde hij ons team mee: “Uw school kent te veel doublures! Dat moet minder!” Ik stak mijn hand op en vroeg hem waarom. De man gaf, dit verzoek om toelichting duidelijk niet appreciërend, kort antwoord: “Uw school zit boven het landelijk gemiddelde, dus dat mag niet.”

Met dat antwoord nam ik geen genoegen en wel vanwege mijn jarenlange ervaring voor de klas: “Meneer, ik zie als leraar groep 8 ieder jaar de dossiers van onze leerlingen voorbijkomen. Daarin zie ik dus ook wanneer een leerling een jaartje over deed. Zonder uitzondering kan ik concluderen dat al onze leerlingen die doubleerden later een positieve groei doormaakten. Het werkte absoluut in hun voordeel. We weten als team dat aan ‘zitten blijven’ grenzen gesteld zijn en een leerling die later is blijven zitten mag zelfs een jaartje eerder van school. Ik ben zo benieuwd of er wetenschappelijk onderzoek is gedaan naar de gevolgen van ‘zitten blijven’ en welke argumenten de inspectie heeft om doublures aan banden te leggen.”

Onze Remedial Teacher draaide, terwijl ik dit vroeg, zich om en stak haar duim enthousiast op. De inspecteur, nog minder vriendelijk dan daarvoor, antwoordde kort: “Nee, dat onderzoek is er niet, maar u overschrijdt de landelijke norm en dat mag niet.”

Einde discussie.

Liever kwaliteit dan snel resultaat? Neem dan contact op met Meester Bert.









De scholen zijn weer begonnen! - 22-08-2016 door Bert Rebergen

Alle leerlingen, leraren, ouders en verzorgers: Een goed nieuw schooljaar toegewenst!

Voor de puntjes op de i kunt u bij meester Bert terecht.









Schoolvakanties - 04-07-2016 door Bert Rebergen

In deze regio zijn de schoolvakanties beginnende. Meester Bert is nog niet helemaal klaar voor dit seizoen. Wel mooi om alvast een reactie te krijgen als: "Hij heeft het zo naar zijn zin bij je!"

Vergeet je de juf en meester van jouw kind(eren) ook niet te bedanken?

Aan de andere kant kunnen er na zo'n schooljaar vragen en wensen blijven. Meester Bert spreekt er graag en vrijblijvend met je/jullie over.

Hoe dan ook...

Maak er een mooie vakantieperiode van en straks óp naar een nieuw, leerzaam en aangenaam schooljaar!







Hoe groot is de groep? - 27-06-2016 door Bert Rebergen

Hoe groot is de groep waarin uw kind volgende cursus terecht komt? Groepen van rond de 35 leerlingen zijn steeds 'normaler' aan het worden. Intussen wordt wel van de onderwijzer verwacht dat hij al die kinderen 'passend onderwijs' geeft. Staatssecretaris Dekker vond de kritiek van leraren op het Passend Onderwijs anderhalf jaar geleden nog 'koudwatervrees' van de man en vrouw voor de klas. Ze hadden nog een hoop te leren, zo vond hij. Nu begint men bij te komen en worden de terechte klachten uit het onderwijs serieuzer genomen.

Weer een Haagse ballon die vroegtijdig gaat knappen?

Zorg op maat?







Band leerkracht en leerling - 20-06-2016 door Bert Rebergen

Al vele jaren een discussie in het onderwijs: Zet je kinderen van dezelfde leeftijd, of met hetzelfde niveau bij elkaar in een groep? Deze laatste keuze blijkt volgens het CPB een hogere CITO-score te geven. Wat zijn echter de sociaal-emotionele consequenties en hoe reageert een hoogbegaafde leerling op het werken in een heterogene groep? Generaliseren in het onderwijs - "Dit is goed voor kinderen!" - blijft altijd een bezigheid waaraan risico's verbonden zijn.

Mooi om opnieuw in een rapport te lezen dat de band tussen leerkracht en leerling heel belangrijk is voor het welbevinden en de resultaten van kinderen.
















© Met meester Bert verder   |   Foto's meester Bert: Klasine4you   |   Website: JZD